Fragment 5.
Een paar weken geleden kreeg ik het voor elkaar om vroeg te beginnen in de winkel. Vroeg genoeg om de uitzending te zien van de Boeddhistische Omroep Stichting. De documentaire die ik zag, ging over een gevangenis in Alabama waar men begonnen was de gedetineerden een meditatie-programma aan te bieden. Op vrijwillige basis, maar... als ze eraan mee wilden doen, moesten ze het ook afmaken. Het meditatie-programma duurde tien dagen, waarbij ze 's ochtends heeel vroeg opstonden om zo'n tien uur per dag te mediteren. Nou ja, wat is mediteren, wat is bidden. De eerste drie dagen was een soort oefenperiode waarin ze zich voornamelijk moesten concentreren op hun ademhaling. De overige zeven dagen was het de bedoeling dat ze zich concentreerden op gehele lichamelijke sensaties.
Kijk, ik kan niet zien hoe die sensaties waren, maar wat ik wel kon zien was de uitwerking van deze tien dagen, en dat maakte veel indruk. Deze mannen zaten zware straffen uit, vaak levenslang, zonder uitzicht op vervroegde vrijlating. Sommigen hadden jaren doorgebracht in de dodencel. Je gaat niet zomaar misdaden plegen; je komt uit een gebroken familie, je krijgt geen grenzen gesteld, je verkeert in armoede, er is niets om terug op te vallen. Ineens krégen die mannen iets om op terug te vallen. Ze hadden tien dagen in volstrekte stilte doorgebracht, in zichzelf kijkend en observerend. Voor sommigen was dit voor het eerst dat ze stilte überhaupt ervoeren – en dan was dit nog relatieve stilte, als je de verhalen mag geloven. Voor de mensen die de meditatie leidden, was het de onrustigste meditatieperiode die ze ooit meegemaakt hadden. Ze konden ineens terugvallen op hun eigen kracht, hun liefde, hun levensdoelen. Ze hoefden zich niet meer te verlaten op stoerdoenerij, machtsvertoon of lawaai. Echt waar, ik heb het zelf gezien. Zelf gezien. Dit was niet gespeeld. Deze mannen waren emotioneel naakt. Ze hadden geen maskers op.
Sommige gevangenbewaarders wilden het niet geloven, die waren cynisch geworden. Ik meen dat hun wel gevraagd werd dan zélf zo'n cursus te doen, maar daar wilden ze niet aan.
Ik vond het een geweldig initiatief. Een aantal gevangenispastors waren er niet zo stuk van. Die zagen het als concurrentie. Een paar jaar mocht de meditatietechniek niet beoefend worden. Tot er een nieuwe staf aantreedde in de gevangenis, die het weer aandurfde. De twee mannen die de 10-daagse hadden geleid (waaronder een Australiër, die uiteraard Bruce heette) kwamen na jaren weer terug in de gevangenis en werden door de groep, met wie ze destijds die tien dagen in een provisorisch verbouwde gymzaal hadden doorgebracht, ingeleid als oude vrienden, als familie, als iets dat heel dierbaar was.
Eind december ga ik zelf de cursus doen. Ik ben eerlijk gezegd doodsbang. Ga ik het koud hebben? Zal ik me irriteren, en zal dat dan overgaan, of pas na tien dagen lijden? Zal ik het vegetarische eten wel lusten? Zal ik niet enorm gaan trillen van 10 uur per dag stilzitten, zonder geluid te maken? Zal ik niet enorm veel vragen hebben, maar ze niet durven stellen, en die uren vervolgens doorbrengen met mezelf uitschelden? Zal ik slapen? Zal ik opstaan en vervolgens half slapend niet kunnen mediteren? Mediteren? Wat is dat eigenlijk? Waar ben ik aan begonnen?
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment