Tuesday, February 22, 2011

Házinéni


Jaren geleden, maar niet zo veel berichten geleden, schreef ik op dit blog over een gedicht dat wij ooit te lezen kregen op de middelbare school. Ik linkte naar een andere site, maar ik kwam er gister achter dat die link niet meer werkt. Hieronder het gedicht, zoals overgenomen van gedicht.nu

 
Hosz pita


Hosz pitá
Aggou jehosz pitá
Dik kesgom melmettun toet
Hosz pitá
Tibesz tehosz pitá
Di debedde vóron sdoet.

Segge seffe, worruwáck kurdán
Mottu nogwa tvan debáck kurdán
Mottu melluk, mottekág gullán
El ke óg tente sél lufte dön.

Hosz pitá
Aggou jehosz pitá
Prut tult saggies inpro teszt
Hosz pita
Tibesz tehosz pita
Assun föt wattisz gepeszt.

Ar mesgápe, ag dabbèn nusze
Evvesgélde, èndan rèn nusze
Joggi spesz te, jadac kèn nusze
Elluc jariszte sél lufte dön.

Hosz pitá
Aggou jehosz pitá
Mettut boeki indur hand
Hosz pitá
Tibesz tehosz pitá
Sta tze ná stme ledi kant.

Segge seffe heppusén tedan,
Aste gék, kwort kom purrén tevan
Wat teppic kan distudén tepan
El kèmaan tweer de sél lufte dön.

Hosz pitá
Aggou jehosz pitá
Evvetrot sénmet tun lag
Stontze dáar
Tibesz tehosz pitá
Natéc samen mette vlag.


J.M.W. Scheltema


Ik weet niet of Scheltema's hospita Hongaars was en dat dat de reden was om pseudo-Hongaars op te voeren. De ietwat geëxalteerde toon heeft hoe dan ook iets zigeunerachtigs, en zigeuners zijn er wel te vinden in Hongarije.

Het neptaaltje deed me denken aan een Wikipedia-lemma over pseudo-Latijn dat ik van de week las, waar precies hetzelfde procédé werd toegepast: het ziet eruit als Latijn, maar als je het hardop leest, blijkt het fonetisch Nederlands te zijn. Ik moest vreselijk lachen om deze:  
Antonius Dominicus ad liveras pergis assure augurquis. Hyphrat seva sogus tosavus. Laputum ocus.
Toen ik overigens de dichter van 'Hosz pita' even googelde, kwam ik er hier achter dat deze op 26-jarige leeftijd is overleden toen hij studeerde in Leiden. Hij werd in zijn onderlijf geschoten tijdens een chaotische arrestatie vanwege ontoelaatbaar gedrag – hij was dronken.

Wie er ook vroeg bij was, met zowel dichten als doodgaan, was Jacques Perk, vooral bekend van het gedicht Iris. Op de middelbare school kregen we niet alleen dat gedicht te lezen maar ook deze:


Laat van je lippen
Kusjes glippen,
     Kusjes reegnen,
     Kusjes zeegnen,
     Kusjes rollen,
     Kusjes hollen,
Kusjes, kusjes, zonder maat,
Al te maal ten mijnen baat.
     Zie hoe't gaat,
En of je mond tot kussen staat.

Niet zo'n sterk einde vind ik, nu ik het een half leven later nog eens lees, maar aan een puber wel besteed.




No comments: