Gister las ik een interview in Opzij met Dolf Jansen. Hij vertelde dat hij mensen vroeg naar hun angsten en dat daar praktisch nooit een modebewuste angst bij zat als 'angst voor terrorisme' of 'een tsunami over Nederland'. Meestal riepen mensen gewoon dat ze bang waren voor spinnen of dat hun kind zou sterven, of dat ze bang waren voor het donker.
Hij verbaasde zich erover dat hij nooit hoorde dat iemand bang is voor de toekomst, dat armoede haar zal treffen. Maar ik kan hem bij deze (Dolf, mede-Ouderkerker, hoor je me?) geruststellen: ik wel. Dat is mijn angst. Ik vind het afschuwelijk dat ik die angst heb. Maar nu alweer een tijdje officieel werkloos zijnde voelt dit als een reële angst. En wat ik nóg afschuwelijker aan mezelf vind is dat ik bang ben voor de - houd je vast, dit is echt heel erg - economische opmars van China. Ik ben bang dat ik nooit echt leuk werk zal vinden, en dat het Europa economisch steeds slechter gaat en dat ik een typisch voorbeeld zal zijn van de neergang van Neerland.
Dat tegen de tijd dat ik kinderen heb die in de leeftijd zijn om te gaan studeren, ik geen cent te makken heb. Dat ik zal nalaten de toekomstige generatie, laat staan mezelf, te verheffen. Dat ik zal verrotten in isolatie en liefdeloosheid.
Noot: de titel van dit stukje heet slechts zo omdat ik dat spreekwoord deze week tegenkwam, geen idee had dat het een spreekwoord was en het mooi vind.
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment