Ik heb geen bijgeloof (geloof ik).
Ik durf er steeds meer voor uit te komen. Ik verkeer in een volkomen minderheid. Ik heb me lange tijd verscholen achter een abstracte definitie van god, het goddelijke, de betekenis van god. Maar ik geloof er niet in. Ik wil er niet aan. Dat de wereld bestaat met haar huizen, mensen, bomen en vogeltjes vind ik op zichzelf al wonder genoeg. Ik vind de evolutie echt heel bijzonder. Daar hoef ik niet voor naar de kerk. Interessante gedachte trouwens, dat er godshuizen bestaan, gebouwd van natuursteen, waar door sommige kerkgangers heftig en hevig de evolutie wordt ontkend. Terwijl die zelfde evolutie in de muren is te bewonderen. Mooi vind ik dat.
Astrologie is ook bijgeloof. Maar ik wil je de kost geven hoeveel mensen erin geloven. Er écht in geloven. Betekenis hechten aan de maand van geboorte. Zoals iemand ooit aangaf, ik meen op de interessante website van Skepsis: is het moment van conceptie dan niet veel interessanter? Toen werd je namelijk gecreëerd. Dat is jouw eigen individuele oerknal.
Want wanneer ben je geboren? Waar ligt dat moment? Op het moment dat je hoofd eruit is? Of, in geval van stuitligging, de stuit? Op het moment dat je voor het eerst naar adem hapt? Ik zie niet wat dat moment te maken heeft met van te voren vastgelegde persoonlijkheidskenmerken. En hoe zit het dan met het dertiende sterrenbeeld, slangendrager?
Maar niet in sterrenbeelden geloven als betekenisdragende entiteiten, dat is nog niet zo uitzonderlijk. Wat als ik me op het vlak beweeg van de vage medicijnen? Of dat van de chronische ziektes? Is het je wel eens opgevallen dat bij relatief onschuldige chronische aandoeningen als eczeem of roos mensen ongevraagd met advies komen aanzetten en dat al die adviezen anders zijn en geen van alle helpen?
Of heeft dat niet met geloof te maken maar met liefde?
En als je bijgeloof hebt, bestaat er dan ook bijliefde?
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment